06-34017756

Crashpaal Zeewolde 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.4 - DE B17 GSH  42-30280 ‘CRAZY HORSE’

 Eenheid  482 BG / 812 BS  Pathfinder USAAF
 Code  MI-L
 Basis  Alconbury, Cambridgeshire (VK)
 Crashdatum  21-02-1944
 Tijd  15.45 uur
 Rapport  MACR : 2470 & 2471
 Doel  Diepholz, Mission 228
 Crashlokatie  Kavel PZ 4, Zeewolde Zuidelijk Flevoland
Pilot 1Lt Ralph W. Holcombe Buncombe Co., NC O-677742 KIA
Command pilot (385BG) Capt. Gerald D. Binks Bexar Co, Texas O-662727 EVD/ POW, Stalag Luft I
Co-pilot
 

1Lt. Edward H. Horner Jr.

San Luis Obispo Co.,CA O-724647 POW Stalag Luft I
Navigator/ radar operator
 

1.Lt. Charles A.’Jack’ Haupt

Queens Co.,NY O-432504 EVD
Navigator (385BG) 2Lt.  Joel D. Punches Wymore, Neb O-682366 EVD
Bombardier 1 Lt. John W. Baber ? O-682761 POW, Stalag Luft I

Observer (waarnemer)

 
2 Lt. William H. Barrett
 

Isle of Wight Co., VA

O-683105 POW, Stalag Luft I

Radio operator

 
T/Sgt. Steven F. Martin Santa Clara Co., CA 39108878 POW, Stalag Luft IV
TT & Engineer T/Sgt. Thomas D. Kennedy Galveston Co., TX

18189754

 
POW, Stalag Luft III
Ballturret gunner S/Sgt. Henry Reamer Jr.
 

Baltimore Co.,MD

13137183 POW, Stalag Luft IV
Left waist gunner

S/Sgt Harold M.’Buck’ Booth

 

Santa Clara Co., CA

 
6578178 EVD
Right waist gunner S/Sgt Bryce W. Long Maricopa Co., AZ 39854150
 

POW, Stalag Luft IV

Tailgunner S/Sgt William M. Blake ?, NY 32284616
 

POW, Stalag Luft IV

 

In de periode van 20 tot en met 25 februari 1944 zou getracht worden de Luftwaffe zoveel mogelijk schade toe te brengen. Daarom kwamen deze dagen bekend te staan als de ‘big week’, de grote week. Voor de bommenwerpers betekende dit dat men zich vooral zou richten op vijandelijke vliegvelden en de Duitse luchtvaartindustrie. De begeleidende jagers kregen de instructie om niet bij de ‘grote vrienden’ te blijven als vijandelijke toestellen werden waargenomen. Er werd van hen verwacht om direct de strijd aan te gaan. Elke neergehaalde Duitse jager was er één. Het uiteindelijke doel was om een structureel luchtoverwicht te bemachtigen.

Op maandagochtend 21 februari steeg de met H2X uitgeruste B-17 ‘Crazy Horse’ op om vervolgens tot een hoogte van 7.300 meter te klimmen. Het toestel nam precies op de geplande tijd zijn plek vooraan in de aanvalsformatie in. In plaats van de gebruikelijke elf bemanningsleden voor een Pathfindertoesel, waren er dertien mannen aan boord. Tweede luitenant Barrett had de specifieke taak om te observeren en navigator Punches en piloot Binks vlogen als afgevaardigden van de 385 BG mee. Kapitein Binks, gezeten in de stoel van de Copiloot, had in de functie van Command Pilot ruime vliegervaring en ook Punches was met zijn vierentwintig gevlogen missies een oude rot in het vak. Ralph Holcombe had als gezagsvoeder de stuurknuppel in handen en hij dirigeerde het toestel richting zijn bestem-ming, het Luftwaffe-vliegveld van Diepholz nabij Osnabruck. 

De Nederlandse kust werd probleemloos gepasseerd. Men lag op koers en alles was onder controle. De vele ‘kleine vrienden’ om hen heen gaven hen een betrekkelijk veilig gevoel. 

Langzamerhand kwam het doel in zicht en liet de Duitse luchtafweer van zich horen. De bemanning van ‘Crazy Horse’ vloog onverschrokken door en dropte haar bommenlast op het vliegveld bij Diepholz. De explosies vonden echter niet alleen op de grond plaats. De exploderende luchtafweergranaten vonden hun weg naar het Pathfindertoestel en vernielden  twee van de vier motoren. ‘Crazy Horse’ verloor hoogte door het gemis van twee motoren en  het toestel was gedwongen om de formatie te verlaten. Één van de twee kapot geschoten motoren liet zich niet in de vaanstand zetten. De molenwiekende propeller veroorzaakte veel luchtweerstand waardoor het toestel in tien minuten tijd steeds verder terugviel ten opzichte van de formatie. 

Tot overmaat van ramp werden de achterblijver ook nog ontdekt door twee Focke Wulf-jagers van het III/JG1. De Duitse piloten zagen hun kans schoon en stortten zich frontaal op de aangeschoten B-17.  De derde motor werd door hen in brand geschoten. Ook werd de zuurstofdruk  aanzienlijk minder en viel de elektriciteit uit. ‘Crazy Horse’ toonde zich echter een taaie machine en koerste ernstig beschadigd, op slechts één motor vliegend, vastberaden richting Engeland. Taai was het vliegtuig zeker, maar deze eigenschap kon niet verhinderen dat het gemis aan werkende motoren zich al snel wreekte. Binnen de kortste keren vloog men op slechts 1.800 meter hoogte en elke minuut zakte men weer 300 meter nader tot de aarde. Om de misère compleet te maken waren de Duitse Focke Wulf-piloten kennelijk niet tevreden met hun verrichtingen en cirkelden zij vervaarlijk rond om een moment te kiezen om het karwei af te maken. De bemanning van ‘Crazy Horse’ besloot dat het onmogelijk was geworden om het vasteland van Engeland nog te halen. Doorvliegen zou steevast een crash in ijskoude water van het Kanaal betekenen en dat werd gezien de winterse temperaturen beschouwd als zelfmoord.  

Omdat ze nog voldoende hoogte hadden om te kunnen springen en Lt. Holcombe zelf

worstelde met het moeilijk te vliegen toestel, gaf hij opdracht om springen. Daar de elektriciteit was uitgevallen draaiden ze de bommenluiken met de hand open en kon de

bemanning via die voorgeschreven weg hun B-17 verlaten. Om de beurt sprongen de mannen uit het vliegtuig en allen landden veilig op de grond. Ralph Holcombe bleef als gezagsvoerder als laatste man aan boord. De vlieghoogte wordt steeds geringer en de tijd om nog te springen verminderde in razend snel tempo. Er is geen redden meer aan en de plichtsgetrouwe piloot sneuveld terwijl ‘Crazy Horse’ op het wateroppervlak van het IJsselmeer in stukken slaat. Op 28 april 1944 spoelde het lichaam van Holcombe bij Bunschoten aan, op ongeveer 17 kilometer afstand van de plek waar hij met zijn toestel crashte.

De twaalf andere bemanningsleden stonden voor de opgave om uit handen van de Duitsers te blijven. Behalve Charles Haupt was iedereen in de omgeving van Harderwijk geland. Joel Punches had na zijn landing snel zijn parachute verborgen. Hij opende zijn ontsnappingsset en haalde daar het kompas en zijden landkaart uit. Hij liep in zuidwestelijke richting naar een boerderij waar hem werd verteld waar hij zich op de kaart bevind. Joel vervolgde zijn weg en na vier uur lopen trof hij een Nederlander die hem onder zijn vleugels nam. Punches werd onder dak geholpen en van burgerkleding en valse documenten voorzien. Zijn professie veranderde in een oogwenk van navigator uit Wymore, Nebraska naar drogist uit Amsterdam. Via de verzetslieden hoorde Punches dat alleen Binks, Booth en Haupt nog voorvluchtig waren. De rest van de crew werd vrij snel ingerekend door de Duitsers. Op twee van hen zou zijn geschoten waarbij de vliegers gewond waren geraakt. Charles Haupt was in de top van een boom in het Kroondomein bij Apeldoorn terecht gekomen en had ook zijn weg naar het verzet gevonden. 

Joel Punches werd verteld dat het de bedoeling was om hem naar Spanje te krijgen. Via plaatsen als Eindhoven, Roermond en Venlo belandde hij uiteindelijk in België, waar hij een week lang in een hooiberg werd verstopt. Dat was weer eens een andere uitdaging, vooral als je weet dat de arme Joel daarvóór nog een maand lang in een huis in Roermond had gezeten waar hij al die tijd niet uit het raam had mogen kijken. Punches’ reis eindigde in Luik. Hier werd hem verteld dat het verstandig was om op de oprukkende geallieerden te wachten. Op dat moment moest hij nog twee maanden wachten, maar toen was hij vrij. Een legertruck bracht hem naar Parijs en van daaruit vloog hij naar Londen. Bij aankomst kreeg hij een nieuw uniform, een rang promotie en 1.500 dollar achterstallige soldij. Daarna werd hij op de boot naar New York gezet.

Ook Charles Haupt en Harold Booth haalden het en werden bevrijd. Gerald Binks had minder geluk en werd op 27 mei 1944 vlakbij Luik gearresteerd door de Gestapo. Zijn ontsnappingspoging eindigde uiteindelijk in Stalag Luft I. Daar wachtte hem een barre tijd. Voedsel en middelen waren er schaars, hetgeen er voor zorgde dat de gevangenen karton als dekens moesten gebruiken en vaak op rottende etenswaren moesten zien te overleven. In 1945 werd Binks door het Russische leger bevrijd.

Op 28 mei 1968 was het waterpeil in de nieuwe IJsselmeerpolder zover gezakt dat vliegtuig-wrakken die op de bodem lagen zichtbaar werden en een van de eerste waarneembare wrakstukken behoorden tot de B-17 42-30280 ‘Crazy Horse’. Het wrak lag op de voormalige Spiekerzandbank en was door de IJsselmeervissers niet ongemoeid gelaten, want een vissersnet hing over de wrakdelen. Het was opmerkelijk dat dit wrak niet met een kruisje was aangegeven op de kaart van Rijkswaterstaat. Later bleek dat die hoek van het IJsselmeer verboden viswater was geweest zodat de vissers in plaats van een vergoeding voor de verloren netten, een boete hadden gekregen !. 

Gerrit Zwanenburg voerde de eerste verkenning naar het gevonden toestel uit door een rubberboot te gebruiken. Hij kon hierbij vaststellen dat het wrak een B17 betrof. In een later stadium kon hij het wrak lopend bereiken daar de bodem goed begaanbaar was. Gewapend met een locator (een soort metaaldetector) toog hij de polder in om verder onderzoek te verrichten.

Een Luchtmacht collega vertelde hem dat hij het toestel in de zomer van 1944 had zien vallen. Dit wist hij zo precies omdat hij zich herinnerde dat het hooi toen nog op het land stond. Zwanenburg analiseerde hierop alle vluchten van de zomer van 1944, maar stuitte niet op een gecraste B17 in de bewuste omgeving.

Pas op 17 augustus 1970 kon de Bergingsdienst aan de daadwerkelijke berging beginnen. De werkzaamheden die tot 1 september doorgingen leverden vele vondsten op. Beide vleugels, landingswielen, brandstoftanks en onderdelen van de gehele romp en staart werden geborgen. Delen van de rug- en buikkoepel werden teruggevonden, net als radio en radar apparatuur, verschillende instrumenten, een reddingsvlot, brandblussers en zuurstofapparatuur. Ook propelorbladen en de vier motoren werden geborgen. De motoren toonden zich zwaar beschadigd. Zeven Browning machinegeweren en meer dan duizend 12.7 mm patronen werden aan de klei onttrokken. De aangetroffen munitie was voornamelijk in 1943 gefabriceerd en enkele droegen het jaartal 1942. Een gaandeweg gevonden luik met daarop het serienummer bracht de indentiteit van het vliegtuig aan het licht. Zwanenburg trok het nummer na en kwam tot ontdekking dat er bij dit neergekomen toestel geen bemanningsleden werden vermist.

Er werden ook schoenen en kleding in het wrak aangetroffen. Er werden naast handschoenen en zonnebrillen een Irving jacket (een bontgevoerde vliegersjas) en verschillende flakvesten gevonden. Het aantreffen van deze zaken was normaal. De extra schoenen werden aan boord meegenomen voor als men op een andere luchtmachtbasis moest landen. Het is slecht lopen in vlieglaarzen, dus de schoenen kwamen dan goed van pas. De flakvesten en Irving jackets werden over het parachuteharnas gedragen, dus die gingen uit als er moest worden gesprongen. 

Sommige bronnen die ik voor deze crash heb geraadpleegd stellen dat Ralph Holcombe uiteindelijk nog heeft weten te springen en na de landing in het IJsselmeer om het leven is gekomen. Het is echter waarschijnlijker dat Holcombe, doordat hij te laag vloog, geen tijd meer heeft gehad om uit het toestel te komen. Deze veronderstelling komt voort uit de opmerkelijke vondst van een stuk parachuteharnas met bevestigingshaak en een deel van een May West zwemvest. Deze uitrustingstukken werden op de man gedragen en als Holcombe was gesprongen zouden deze zaken niet meer in het toestel aanwezig kunnen zijn.  

De piloten maakten tijdens de vlucht gebruik van een kussenparachute waar ze op zaten. Deze parachute was doormiddel van haken aan het parachuteharnas bevestigd. Op het harnas zat een sluiter (lock). Een soort ronde schijf, die de vlieger kon openen en sluiten door eraan te draaien. De sluiter kon ook ineens worden geopend door er hard op te drukken. Door de inslag bij de crash kan de sluiter losgesprongen zijn, zodat het beschadigde harnas, los om het lichaam is gaan zitten. Het is niet bekend of het lichaam van Holcombe is aangetroffen met een parachuteharnas om, maar het is daawerkelijk mogelijk dat een lichaam kan los komen uit een geopend harnas.

De Bergingsdienst stuurde een groot aantal wrakstukken en onderdelen ,waaronder radarapparatuur, een propeller en verschillende delen van het airframe, naar de researchafdeling van vliegtuigproducent McDonnell Douglas in de Verenigde Staten. Na het onderzoek werden de delen afgedankt en was het de bedoeling dat de restanten zouden worden verschroot. McDonnell Douglas-engineer Jim Walker, die bij het testprogramma betrokken was, dacht hier anders over en vond dat sommige delen van de ‘Crazy Horse’een betere plek verdienden dan de shredder. Die plek werd zijn eigen huis, meer specifiek de kelder en garage. Dankzij deze ‘reddingsactie’ zijn er meerdere delen van het Pathfindertoestel bewaard gebleven en werkt men er aan om er enkele van tentoon te stellen.

1Lt Ralph W. Holcombe

Amerikaanse Begraafplaats Margraten

Vak H, Rij 16, Graf 4

26/27

1Lt. John W. Baber

+

 

 

1Lt Edward H. Horner Jr.

+28 december 1989

 

75

Capt. Gerald D. Binks

+27 november 2008, Big Piney, WY

Plainview Cemetery ,Big Piney

87

2Lt. Joel D. Punches

+ 26 april 2004,   Santa Maria, CA

Santa Maria Cemetery

88

1Lt. Charles A. Haubt

+19 oktober 2007, AZ

 

92

2Lt.William H. Barrett

+ 1 december 1999,VA

 

81

T/sgt Steven F. Martin

+ 9 november 2006, CA

 

87

T/sgt Thomas D. Kennedy

+ 2 mei 2005, TX

 

82

S/sgt Henry Reamer Jr.

+

 

 

S/sgt Harold M. Booth

+ 8 januari 2004, CA

 

84

S/sgt Bryce W. Long

+28 augustus 1957

Fort Rosecrans Nat.Cemetry,

Vak O 03301.

41

S/sgt William M. Blake 

+ 2 maart 1998, NY

 

80

BRONNEN

  • Defensie, NIMH (2008); Verliesregister 1939-1945, volgnummer T3438;
  • Bergingsrapport Koninklijke Luchtmacht B17 42-30280 (1970); G.J.Zwanenburg;
  • Persoonlijke informatie G.J. Zwanenburg;
  • Vluchtlogboek Joel D. Punches;
  • Escape & Evasion-rapporten 2195 (Booth), 2109 (Haupt) en 2271 (Punches);
  • Internet:obituary Gerald Binks;
  • Foto’s: Collectie Zwanenburg.

>>>Crashpaal Zeewolde 1

Wij helpen u graag verder

neem contact op